Constantius draagt de volgende titulatuur op de voorzijde: nobilissimus caesar ('meest edele kroonprins/onderkeizer').

Dit opmerkelijke keerzijdeomschrift is gesteld in de zesde naamval (een ablativus absolutus constructie), en dat komt niet zo heel vaak voor op Romeinse muntslag. Het is te vertalen als 'Met gezonde keizers en caesares is Carthago gelukkig'. Het welzijn van de stad is dus rechtstreeks gekoppeld aan het welzijn van de keizers.

In de eerste tetrarchie (292-305) was Constantius I caesar (onderkeizer) van het westen van het Romeinse rijk, onder Maximianus. Na de abdicatie van Diocletianus en Maximianus werd hij, samen met Galerius, keizer. Hij had al onder Aurelianus en Probus zijn militaire bekwaamheden getoond. Zijn belangrijkste wapenfeit was het verdrijven van Allectus, de laatste 'usurpator' in Britannia (296). In 306 stierf Constantius in York, nadat hij een invasie van de Picten had afgeweerd.

16921 Constantius I Caesar 293-305, AE verzilverde Follis (27mm, 10,45 gram)
Muntplaats: Carthago c. 299-303
Voorzijde: CONSTANTIVS NOB CAES; gelauwerde buste r.
Keerzijde: SALVIS AVGG ET CAESS FEL KART; in ex: Γ; Carthago staande frontaal, met fruit in beide handen
Overig:
RIC 32a; Prachtig
€ 125