Ex verzameling Dr. Neussel, Duitsland. Gekocht September 1958 van Serge Boutin, Parijs.

Deze munt is geslagen naar aanleiding van de abdicatie van Diocletianus en Maximianus in 305. De emissies munten die deze gebeurtenis memoreren, hebben de personificaties Providentia en Quies op de keerzijde. Providentia drukt de voorbedachtzaamheid van de keizers uit, tot uiting komend in de beslissing afstand te doen van het purper. De tweede figuur, Quies, verpersoonlijkt de kalmte en de rust waarvan de keizers kunnen gaan genieten. De omschriften van de serie abdicatiefolles die in heel het rijk uniform geslagen werden vertonen een opmerkelijke formulering. Diocletianus en Maximianus worden 'Dominus Noster' genoemd 'Onze heer', wat voor het eerst op een zo grote schaal gebeurt in de geschiedenis van de Romeinse numismatiek - de titel 'heer' werd vanouds het liefst vermeden omdat de Romeinen graag deden alsof ze nog een republiek waren. Verder worden de bijzondere namen 'Felicissimus' en 'Beatissimus' gebruikt - 'meest gelukkige' en 'meest gezegende' voor de twee keizers in ruste. Ten slotte heeft Diocletianus, die de langst zittende en meest gezaghebbende keizer was, de titel Senior Augustus in plaats van gewoon 'Augustus'. De portretten drukken de autoriteit van de keizers aan door de mappa, een opgerolde doek die het symbool was van het belangrijke ambt van consul. De olijftak, symbool van Pax, de vrede, symboliseert de 'Rust' van de keizers.

16970 Diocletianus 284-305, AE Follis (26mm, 9,29 gram)
Muntplaats: Trier c. 305
Voorzijde: DN DIOCLETIANO FELICISSIMO SEN AVG; gelauwerde buste r. met olijftak en mappa
Keerzijde: PROVIDENTIA DEORVM QVIES AVGG; in veld, S-F; in afsnede, PTR; Providentia staande tegenover Quies, met scepter
Overig:
RIC 676a; Pr
€ 190