Ex verzameling F. Pouwel, Nederland. Verzameld sinds de jaren '80.

Flavius Valerius Constantijn draagt de volgende titulatuur op de voorzijde: nobilissimus caesar ('meest edele kroonprins/onderkeizer').

Een genius is een beschermende godheid met een bepaalde invloedssfeer. Zo heb je naast de genius van het Romeinse volk bijvoorbeeld ook de 'genius van de keizer' en de 'genius van de senaat'. De genius wordt afgebeeld als een (bijna) naakte jongeman met een cornucopiae (hoorn van overvloed) en van een patera (offerschaal) offerend boven een altaar.

Constantijn werd rond 274 geboren in Naissus, in de provincie MoesiŽ, als zoon van de latere keizer Constantius I en Helena. Na de dood van zijn vader, in 306, werd hij door de legioenen tot keizer uitgeroepen, maar hij moest zijn keizerstitel weer inleveren op gezag van Galerius. In 307 werd hij opnieuw keizer en vanaf dan begint de 'tocht naar de alleenheerschappij'. Hij bevocht en overwon diverse 'medekeizers' als Maxentius, Licinius en de oude Maximianus. In 324, toen Licinius overwonnen werd, was hij alleenheerser van het rijk. Constantijn staat bekend als de eerste christelijke keizer, sinds zijn visioen tijdens de slag bij de Milvische brug tegen Maxentius. Hij stichtte de stad Constantinopel in 330 als nieuwe hoofdstad van het rijk. Constantijn stierf in 337 aan een ziekte.

18595 Constantijn de Grote Caesar 306-07, AE verzilverde Follis (27mm, 7,56 gram)
Muntplaats: Lugdunum 307
Voorzijde: FL VAL CONSTANTINVS NOB C; Gedr. en gelauw. buste met kuras r.
Keerzijde: GENIO POPVLI ROMANI; in afsnede, PLC; N in r. veld; Genius, st.n.l., patera in r.hand, cornucopiae in l.
Overig:
RIC 211; Pr
€ 135