Herodes kreeg in 43 v.C. de macht in Judea. Eerst als nationale leider ('etnarch'), later, na het korte bewind van Antigonus (40-37 v.Chr.), als 'koning'. Het eerste dat Herodes deed toen de Romeinen hem in 37 voor Christus als vazalkoning installeerden, was het consolideren van zijn positie door politieke tegenstanders uit de weg te ruimen. Hij betoonde zich een goede vriend van de Romeinen door trouw belasting af te dragen en Marcus Antonius te overladen met geschenken. Net als zijn vader Antipater moest ook Herodes de Grote op zijn tenen lopen om de in rap tempo opeenvolgende Romeinse generaals te vriend te houden. Maar liefst twee keer moest hij met gevaar voor eigen leven bij een Romeinse veldheer op audiŽntie om zijn loyaliteit te betuigen. Eerst bij Marcus Antonius, later bij Octavianus.

19222 Judea, Herodes I de Grote 40-4 BC, AE 8 Prutot (22 mm, 5,92 gram)
Muntplaats: Jeruzalem of munthuis in Samaria
Voorzijde: Helm; boven, ster tussen twee palmtakken
Keerzijde: HPΩΔOY BAΣIΛEΩΣ; Driepoot, geflankeerd door jaar LΓ en PT-monogram in veld
Overig:
Hendin 1169; Fr+
€ 180